Resultaten Talis 2013

Aan Talis 2013 hebben ruim 100.000 leraren en 10.000 schoolleiders deelgenomen uit 33 landen, waaronder ongeveer 2.000 leraren en 130 schoolleiders van bijna 130 scholen voor het voortgezet onderwijs in Nederland. Mede dankzij de medewerking van veel scholen, de VO-raad, de Onderwijscoöperatie en de werknemersorganisaties is in Nederland een respons bereikt van bijna 80 procent. De belangrijkste internationale en nationale resultaten uit 2013 staan hieronder, apart weergegeven voor het voortgezet onderwijs en basisonderwijs.


Talis 2013 en de onderbouw van het voortgezet onderwijs

De belangrijkste bevindingen uit Talis 2013 voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn:

  • Ruim 90 procent van de leraren in Nederland werkzaam in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is tevreden met hun baan;
  • Internationaal gezien vindt ongeveer 30 procent van de leraren dat het beroep van leraar gewaardeerd wordt door de maatschappij. In Nederland is dat met 40 procent iets hoger;
  • De omvang van de klas heeft maar een heel klein effect op de werktevredenheid. Niet het aantal leerlingen is doorslaggevend, maar het type leerling dat in de klas zit;
  • Leraren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, zowel in Nederland als in andere landen, hebben de meest behoefte aan bijscholing op het gebied van ICT-vaardigheden en ‘omgaan met verschillen’/differentiatie in onderwijsaanbod;
  • De gemiddelde werkweek van leraren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs in Nederland is 35,6 uur. Dat is lager dan het internationale gemiddelde van 38,3 uur. In Nederland werken echter veel leraren part time. Wanneer alleen gekeken wordt naar leraren met een full time aanstelling (≥ 0,9 fte), komt de gemiddelde werkweek van Nederlandse leraren op 41,2 uur. Dat is iets meer dan het Talis-gemiddelde van 40 uur;
  • Nederlandse leraren besteden gemiddeld 42 procent van hun tijd aan lesgeven. Dit is gelijk aan het internationale gemiddelde;
  • Bijna driekwart van de schoolleiders in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (71%) geeft aan dat het bieden van goed onderwijs gehinderd wordt door een tekort aan gekwalificeerde en/of goede leraren. Internationaal geldt dat voor 38 procent van de schoolleiders.

     

Talis 2013 en het basisonderwijs

Tijdens Talis 2013 deden er tien landen mee aan de module voor het basisonderwijs, Nederland deed toen alleen mee met de basismodule, namelijk de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Nederland ontbreekt dan ook in de onderstaande resultaten voor het basisonderwijs.


Voor het basisonderwijs is gerapporteerd over zes landen, namelijk Denemarken, Finland, Noorwegen, Vlaanderen (België), Mexico en Polen. De belangrijkste internationale bevindingen uit Talis 2013 voor het basisonderwijs zijn:

  • De man/vrouw verdeling van leraren in het onderwijs is het grootste in het basisonderwijs, waarbij vrouwen oververtegenwoordigd zijn;
  • Er bestaan grote verschillen in de mate waarin vrouwelijke leerkrachten doorstromen naar de functie van schoolleider. Mannen worden eerder gepromoveerd tot schoolleider dan hun vrouwelijke collega’s;
  • Het basisonderwijs wordt vaker gehinderd door tekorten aan middelen (lesmateriaal maar ook personeel) dan het voortgezet onderwijs. Dit verzwakt de kwaliteit van het onderwijs, met name op scholen met een groot aandeel leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status;
  • Leraren in het basisonderwijs lijken gemiddeld genomen vrij zeker over hun capaciteiten in de klas en zijn tevreden met hun baan;
  • Desondanks heeft meer dan een op de vier leraren bedenkingen over de keuze van hun baan en slechts een op de drie denkt dat de maatschappij het beroep van de leraar waardeert;
  • Negen van de tien leraren in het basisonderwijs neemt deel aan professionele ontwikkelingsactiviteiten. Belangrijkste redenen waarom leraren in het basisonderwijs niet deelnemen aan deze activiteiten zijn: conflicterende werkschema (53%), de kosten (44%) en gebrek aan motivatie voor deelname aan professionele ontwikkeling (41%).

 

Wat is er in Nederland gedaan met de resultaten van Talis 2013?

De resultaten van Talis 2013 hebben belangrijke input geleverd voor het Sectorakkoord in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder als het gaat om de afspraken over de ruimte die leraren krijgen voor professionele ontwikkeling, de begeleiding van starters en het strategisch personeelsbeleid. Deze onderwerpen zijn tevens opgenomen in het Bestuursakkoord primair onderwijs.
 

Daarnaast is een deel van de ambities vertaald in cao-afspraken met de bonden. Talis 2013 laat zien waar mogelijkheden liggen voor verbetering. De resultaten tonen aan dat er verbeterting mogelijk is in de begeleiding van startende leraren en de professionale ontwikkeling van leraren, al dan niet in teamverband. Over deze onderwerpen zijn inmiddels concrete afspraken gemaakt met zowel de po- als de vo-sector.


De resultaten uit Talis 2013 hebben als input gediend voor beleid gericht op een goed inwerk- en begeleidingsprogramma voor beginnende leraren en op het voortdurende blijven scholen van leraren.


Talis 2013 heeft echter niet alleen bijdragen aan landelijke ontwikkelingen, maar ook aan ontwikkelingen op schoolniveau. Het onderzoek is vooral aanleiding geweest voor deelnemende scholen om discussies te voeren over professionele ontwikkeling. Een  school heeft aangegeven dat leraren na het bespreken van Talis 2013 (en het specifieke schoolrapport wat zij als terugkoppeling ontvingen), bij elkaar in de klas zijn gaan kijken; dit hadden zij niet gedaan als ze niet geïnspireerd waren geweest door Talis. Ook gaf een school aan dat zij door Talis 2013 meer stil staan bij de wijze waarop zij dingen aanpakken; hierdoor zijn zij meer bottom-up gaan werken.

 

Rapporten op basis van resultaten uit Talis 2013